Ter uitbreiding van de International Beelden Collectie van de gemeente Rotterdam installeerde de Weense kunstenaar Franz West in 2001 aan de Westersingel het kunstwerk Qwertz. De vijf monochrome gekleurde, langwerpige rollen plaatstaal waaruit het werk bestaat, lijken nog het meest op uitvergrotingen van met de hand gerolde stukken klei.
De titel die West aan dit werk gaf, heeft geen betekenis.
Ter uitbreiding van de International Beelden Collectie van de gemeente Rotterdam installeerde de Weense kunstenaar Franz West in 2001 aan de Westersingel het kunstwerk Qwertz. De vijf monochrome gekleurde, langwerpige rollen plaatstaal waaruit het werk bestaat, lijken nog het meest op uitvergrotingen van met de hand gerolde stukken klei.
De titel die West aan dit werk gaf, heeft geen betekenis. Qwertz is een lettercombinatie, afgeleid van de eerste zes letters linksboven op een Duits toetsenbord. Belangrijk voor West is dat dit verzonnen woord associaties oproept met bestaande woorden en dat beschouwers zo hun eigen betekenissen aan het object zullen geven.
De vijf elementen waaruit Qwertz bestaat, zijn vervaardigd uit een kern omwikkeld met 'lappen' aluminium, die in een onregelmatig patroon aan elkaar zijn gelast. De kunstenaar wil uitdrukkelijk geen beeld maken waarbij men alleen naar kan kijken en eventueel over kan contempleren. De werken bestaan uit fragmenten, die als kunstwerk gecompleteerd worden door het gebruik door de mens. West wil dat het publiek met zijn objecten in dialoog gaat. Om dit te vergemakkelijken krijgen zijn kunstwerken geen sokkels. In het geval van Qwertz lenen de kleurige onderdelen op het talud van de Westersingel zich uitstekend om op te zitten.
>>
In het kader van Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001 had de Commissie Internationale Beelden Collectie het voornemen om de collectie uit te breiden met een aankoop van een bestaand beeld van Franz West. De kunstenaar kwam naar Rotterdam om de keuze voor een object te bespreken. Hij raakte zo onder de indruk van de beoogde locatie dat hij aanbood speciaal voor die plek een object te vervaardigen.
In het kader van Rotterdam Culturele Hoofdstad 2001 had de Commissie Internationale Beelden Collectie het voornemen om de collectie uit te breiden met een aankoop van een bestaand beeld van Franz West. De kunstenaar kwam naar Rotterdam om de keuze voor een object te bespreken. Hij raakte zo onder de indruk van de beoogde locatie dat hij aanbood speciaal voor die plek een object te vervaardigen.
West gebruikt normaliter voor zijn sculpturen kleuren die zeer sterk met natuurlijke tinten contrasteren: felle, soms zelfs fluorescerende kleuren. Elke vorm van zijn installaties krijgt een afzonderlijke kleur, vaak getoetst aan de omgeving door de verf ter plekke op te brengen.
De stedelijke omgeving die de sculptuur omringt, met in opvallende kleuren geschilderde gevels van neoklassieke panden als achtergrond, zag West hier als de meest bepalende factor. Ondank de positionering van de sculptuur op een natuurlijke ondergrond – in het gras op het talud van de Westersingel – voerde West deze objecten niet in de gebruikelijke felle tinten uit, maar juist in pastelkleuren.
Met zijn beslissing over de toe te passen kleuren ging West niet over een nacht ijs. Om zijn idee te toetsen, liet West de objecten op locatie ‘proefliggen’. De rollen werden naar Rotterdam vervoerd en tijdelijk op het talud neergelegd. Pas daarna besloot West definitief welke kleuren de verschillende elementen zouden gaan krijgen.
De keuze voor de locatie aan de Eendrachtsweg was voor West nog om een andere reden belangrijk. De verwachting was dat in die omgeving, op een smalle groenstrook temidden van allerlei stadse elementen, de objecten ook hun functie als zitmeubel gemakkelijk zouden kunnen vervullen. Die veronderstelling blijkt juist: werknemers uit de omringende kantoren vinden rond lunchtijd hun weg naar de kleurige rollen.
>>
Wenen is na 1945 geen brandpunt geweest van de moderne kunstwereld. Toch viel in de periode 1965-1975 het energieke kunstklimaat van de Oostenrijkse hoofdstad op, dankzij de vaak heftige, op het lichaam betrekking hebbende performances van Wiener Aktionisten als Günther Brus en Hermann Nitsch. Franz West voelde zich weinig aangetrokken tot hun theatrale kunst, maar heeft wel altijd aandacht gehad voor het performatieve aspect en dat gebruikt binnen zijn eigen werk.
Wenen is na 1945 geen brandpunt geweest van de moderne kunstwereld. Toch viel in de periode 1965-1975 het energieke kunstklimaat van de Oostenrijkse hoofdstad op, dankzij de vaak heftige, op het lichaam betrekking hebbende performances van Wiener Aktionisten als Günther Brus en Hermann Nitsch. Franz West voelde zich weinig aangetrokken tot hun theatrale kunst, maar heeft wel altijd aandacht gehad voor het performatieve aspect en dat gebruikt binnen zijn eigen werk. Bij West is meestal niet de kunstenaar zelf actief, maar wordt het publiek geactiveerd. Zijn sculpturen zijn ondenkbaar zonder de fysieke betrokkenheid van het publiek; ze zijn gericht op het prikkelen, activeren en behagen van het menselijk lichaam. In de jaren zeventig zette West het publiek aan tot activiteit met zijn Passstücke:
kleine, handzame sculpturen van papier maché en gips zonder duidelijke vorm of functie. Het publiek mocht ze oppakken en gebruiken naar eigen inzicht. Sportattribuut, sieraad, prothese of erotisch hulpstuk — de sculptuur voegde zich nooit helemaal naar de wens van de gebruiker. Belangrijker was dat deze zich heel direct bewust werd van de aangename of onaangename fysieke kant van het beeld.
Sinds midden jaren tachtig maakt West meubelbeelden die, gecombineerd met een achterwandje of staand op een lage
sokkel en gepresenteerd in galerie of museum, de concurrentie aangaan met de autonome kunst. Of, zoals West het nuchter stelt: ‘Als je naar al die dingen in het museum kijkt en je begint je behoorlijk ongemakkelijk te voelen, dan kun je lekker gaan zitten of liggen.’ De weerstand tegen conventies in het denken over en de omgang met kunst is een centrale drijfveer achter zijn werk. West verdiept zich in de geesteswetenschappen, waarbij hij
theorieën en filosofieën verknipt en samenvoegt tot een per-soonlijk denkkader. Deze anti-analytische werkmethode is te zien als een voortzetting van de vroegere expressionistische tendenzen in de Oostenrijkse kunstgeschiedenis, met kunstenaars als Egon Schiele en Oskar Kokoschka.
In 1992 zette West voor Documenta IX een buitenplaats vol met ruim zeventig divans, uitgevoerd in onbewerkt staal en bekleed met stukken schuimrubber en Perzische tapijten. Al snel werd het pleintje de plek om te zien en gezien te worden. ’s Avonds werd het een openlucht-bioscoop. Zeker niet iedereen zal de banken hebben opgevat als een kunstenaarsbijdrage aan de tentoonstelling. West zet zich met zijn werk dan ook ferm af tegen de modernistische sculptuuropvatting, gericht op autonomie, geometrisch-abstracte vormentaal en industriële materialen. Hij noemt deze opvatting de norm voor buitensculptuur, en ziet Richard Serra met zijn werk in monumentale formaten en meerdere delen als de belangrijkste vertegenwoordiger daarvan. Wests meer informele sculptuur, met zijn appèl op het contact met het lichaam en op de gebruiksfunctie, is meer kenmerkend voor een tendens in de jaren negentig, die zich ook manifesteert in het werk van jongere kunstenaars als Tobias Rehberger, Joep van Lieshout, Jorge Pardo en Olaffur Eliasson.
In de zomer van 2000 toonde West in een landschapspark bij Innsbruck een serie kleurige aluminium Sitzwuste – een zelfverzonnen term waarvan de klank al snel de associatie wekt met het woord Wurst, worst. Door hun kunstmatige, bijna giftige kleuren, die egaal met spuitverf zijn aangebracht, staken deze als felgekleurde bloemen tegen het groen af. In lange rijen lagen ze langs de bosrand en in de gazons. De zitworsten werden door de
bezoekers gretig gebruikt als ontmoetingspunt en om tegen te
leunen of om op te zitten. De gemakkelijkste zithouding is overdwars, een been aan elke kant, maar echt comfortabel zitten
ze niet.
Een park wordt wel beschouwd als meest ideale openbare ruimte voor een sculptuur, omdat de omgeving het dichtst de rust van de museumzaal benadert. De sculpturen van West verrijkten het park echter niet alleen visueel, maar vooral ook functioneel. Vergeleken met divans op Documenta IX zijn de Sitzwuste plastischer, door hun schijnbaar chaotisch aaneengezette en gedeukte delen. Daardoor benaderen ze het grensvlak tussen autonome sculptuur en functioneel object subtieler.
In eerste instantie besloot de Commissie Internationale Beelden Collectie in Rotterdam een aankoop te doen uit de serie Sitzwuste die in het park bij Innsbruck waren getoond. Toen de kunstenaar naar Rotterdam kwam ter bespreking van de aankoop, was hij zo geporteerd van de voorgestelde locatie – het talud langs de Westersingel ter hoogte van een aantal bars en cafés – dat hij voorstelde vijf nieuwe zitworsten te maken, afgestemd op deze omgeving. De felle kleuren van de Innsbruck-
zitworsten heeft West vervangen door zachte pasteltinten, die goed samengaan met de lichte gevelwand van de gebouwen aan de Eendrachtsweg. De titel van het werk is hier Qwertz, afgeleid van de eerste zes letters linksboven op een Duits toetsenbord.
De vijf pastelkleurige coconachtige vormen van Qwertz liggen
nu uitnodigend in het gras tussen trambaan en water van de Westersingel. Ze zijn losjes gegroepeerd in drie rijen, als tribunes voor een spektakel dat nog moet komen. Qwertz vormt het decor voor menselijke interactie: een ontspannen ontmoetingspunt in een grote stad, tot leven gewekt door de activiteiten van het publiek.
Mariette Dölle
Fleck, R. et al., Franz West, Londen 1999. / tent. cat. Franz West, Antwerpen (Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst Middelheim) 1998. / tent. cat. Franz West, Die Aluskulptur: Skulptul.
>>